Het weer in Taipei
Click for Taipei, Taiwan Forecast
Aanmelden Nieuwsbrief

Taipei - English home | sitemap | contact   

De hoofdstad van Taiwan, Taipei, ligt in het noorden van het eiland in een bergachtig gebied. Taipei is een van de plaatsen ter wereld waar je de meeste restaurants vindt.

Blogs (3)
DEC
 16
Een rondje Taiwan
 Geen reacties  182 keer gelezen

Door Willy van Rooijen
In samenwerking met East! Magazine

Taiwan – het voormalige Formosa – is in het Westen vooral bekend als producent van elektronica. Maar het eiland biedt met zijn vele bergen, lange kustlijn en acht nationale parken ook veel natuurschoon. Tijd voor een rondje Taiwan. Per trein, bus, boot en fiets.

Ons eerste reisdoel buiten de metropool Taipei is de spectaculaire Taroko-kloof. De exprestrein brengt ons in drie uur vanaf de hoofdstad Taipei zuidwaarts naar Hualien, de grootste stad aan de oostkust. Er is slechts af en toe een glimp van de Stille Oceaan te zien. Tussen groene landbouwvelden en rivierstroompjes duiken van tijd tot tijd gigantische marmermijnen en cementfabrieken op.

Bij het treinstation in ‘marmerstad’ Hualien huren we fietsen bij de Giant Bicycle Shop. Dit soort verhuurbedrijven vind je overal op het eiland; de prijs per dag is honderd Taiwanese dollar (2,50 euro). Komend weekend zijn alle mountainbikes gereserveerd door Taiwanese toeristen. Recreatief fietsen is hier een groeiende markt. Langs de kust loopt een fietspad, een van de twintig ‘scenic’ routes uit het boekje Cycling in Taiwan. Ver van het drukke verkeer rijden we langs de haven. Met een beetje geluk zie je hier walvissen en dolfijnen. Wij koersen door naar Cisingtan Beach waar vissers op het kiezelstrand netten boeten. Op de boulevard met eettentjes – stinky tofu, inktvis en worstjes – pauzeert een groep fietsers uit Taipei, leden van de Bike Family. “Ons oudste lid is tachtig jaar oud,” zegt een jonge Taiwanese terwijl ze ons uit een thermoskan een kom rode bonen aanbiedt. “We fietsen in tien dagen door Taiwan en leggen honderd kilometer per dag af.” Later zullen we nog echte wielrenners tegenkomen. Een van hen wijst: “Kijk, dat is Tasha, de kampioene van de Ronde van Taiwan.”

Schrijn van de Eeuwige Lente
De volgende ochtend zien we de Bike Family weer op de weg dwars door de Taroko-kloof. Wij lopen de Shakalang trail (geheim pad) op. Die voert ons onder oorverdovend cicadengezang langs een woeste rivier met enorme rotsblokken, watervallen en marmergesteente. Bergwanden van honderden meters torenen boven ons uit. Her en der bordjes: Pas op! Vallend gesteente! Motorrijders met zakken eetbare varens komen ons tegemoet op het nauwe pad. Het zijn leden van de Truku-stam (Taroko is afgeleid van Truku), een van de vijftien Austronesische groepen. Deze inheemse bewoners, in Taiwan ook wel aborigines genoemd, maken twee procent uit van de totale bevolking.
De tweede trail voert ons via een hangbrug een diep dal in. Aan de rivieroever ligt een warmwaterbron waar een paar Taiwanezen hun rijst eten, de benen bungelend in het heilzame water. Taiwan is rijk aan hot springs – van uiterst simpele tot sjieke spa’s. Een traditie die tijdens de Japanse bezetting (1895-1945) populair werd.

Tegen het vallen van de avond maken we een steile klim naar de Changchun Shrine. Deze Schrijn van de Eeuwige Lente is gewijd aan de 450 doden die de aanleg van de Taroko-weg heeft gekost. In de Japanse tijd werd begonnen met de weg, vanwege de onderwerping van de Truku ook wel de Aboriginal Pacificatieweg genoemd.

Heet en érg heet
We vervolgen onze treinreis verder zuidwaarts. Een mooie rit langs de grillige kust en de lieflijke East Rift Valley met haar groene rijstvelden. Vanuit de stad Taitung nemen we de boot naar Liyudao, Green Island. De Stille Oceaan doet haar naam bepaald geen eer aan. De zorgzame bemanning haalt tijdens de drie kwartier durende overtocht routinematig volle kotszakjes op. Bij ons gelukkig niet nodig. In de haven staan rijen huurscooters klaar. In de zomer maken duizenden jongeren de enige kustweg rondom het eiland onveilig. Nu, in november, is het op het drieduizend zielen tellende eiland een oase van rust. Van het toeristenkantoor krijgen we gratis elektrische fietsen mee. Dat komt goed uit want de twintig kilometer rondweg is af en toe behoorlijk steil. Herten steken voor ons de weg over. We zien groepjes leerlingen van een duikschool te water gaan. De beschermde wateren rondom het eiland herbergen een grote variëteit aan vissen en koraal. We stoppen bij de Jhaorih heetwaterbron aan de zuidpunt. Naar verluidt een van de twee zoutwaterbronnen ter wereld. “Dit bad is heet”, wijst de badmeester aan. “En dát bad is érg heet.” Vanuit de openluchtbaden, pal aan de oceaan, hebben we een bijna surrealistisch uitzicht op de ruige kust.

De volgende ochtend komen we langs de winderige noordkust aan bij Villa Oase. Een wel heel ironische naam voor een gevangenis voor politieke gevangenen. Tussen de rotsen staat het Green Island Monument voor Mensenrechten. Op de muren de namen van de twintigduizend gevangenen die hier tussen 1951 tot het einde van de staat van beleg in 1987 hebben vastgezeten. Een Taiwanees echtpaar dat op het eiland kampeert, geeft tekst en uitleg. De gevangenis is nu omgedoopt tot een museum. Een paar gefiguurzaagde poppen laten het leven in de cel zien: ze lezen, krijgen les, wassen zich of zitten op de wc. In de grote museumzaal bekijken we de panelen over deze periode die de ‘Witte Terreur’ wordt genoemd. In het begin moesten de gevangenen zelf de rotsen uithakken voor hun eigen gevangenismuren. In de jaren vijftig, na het einde van de Koreaanse oorlog, werden gevangenen getatoeëerd met de tekst: ‘Bestrijd de communisten; verzet je tegen de Russen.” De vrouw van het echtpaar zegt bij het verlaten van het museum: “Deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis geeft ons wel een naar gevoel. Maar het is heel goed dat er nu openheid en democratie is.”

Traditioneel mannenhuis
Terug in Taitung. ’s Morgens vroeg doen we met (gratis) hotelfietsen het Taitung Mountain –Ocean Cycle Path Network. Vanaf het oude treinstation over met planken bedekte spoorrails, langs moestuintjes en lokale kunstinstallaties. Joggers en andere fietsers steken hun duim op. Na vijf kilometer passeren we de voormalige spoorbrug en houden de rails op. Daarna langs dijken en irrigatiekanalen met uitzicht op nevelige bergruggen. Ons enige oponthoud is een Chinees begrafenisritueel. We gunnen ons geen tijd voor de vele culinaire stops, afgebeeld op de fietskaart. Daardoor missen we lokale specialiteiten zoals varkensbloedsoep.
Graag hadden we de doorsteek van oost naar west met de bus willen maken, maar de zuidelijke bergweg blijkt afgesloten door beschadigd wegdek. Daarom nemen we de trein die ons via de zuidkust naar de supermoderne havenstad Kaoshung aan de zuidwestkust brengt. Daar stappen we over op de hogesnelheidstrein die ons met 250 kilometer per uur langs de dichtbevolkte westkust naar de stad Chiayi brengt. Dit is het startpunt voor de pittoreske Alishan Forest Train die in drie uur naar het tweeduizend meter hoger gelegen Alishan rijdt. Helaas – het spoor is door aardverschuivingen onbegaanbaar geworden. Dan maar met de Alishan Sunshine Bus, een prachtige rit die ons geleidelijk langs hoge bamboebossen en theeplantages voert. De betel kauwende chauffeur brengt ons via een zijweg halverwege de top naar Dabang, een liefelijk bergdorp vol bougainville en vlijtig liesjes met overal een geur van houtvuur. Dit is het leefgebied van de Tsou, een inheemse minderheid. Mevrouw Yangui van ons guesthouse troont ons onmiddellijk na aankomst mee naar de kuba. In dit, op de dag van vandaag voor vrouwen verboden, mannenhuis brandt altijd een vuur om de band met de voorouders te bewaren. Bij de ingang hangt een mand waar vroeger gesnelde koppen werden bewaard. Koppensnellen werd in de Japanse tijd verboden. Een keer per jaar wordt in de kuba de krijgsceremonie mayasvi gehouden.
In de 17de eeuw dreven Nederlanders handel met de Tsou; vooral in hertenhuiden. Totdat de Chinese warlord Koxinga een einde maakte aan de Nederlandse aanwezigheid die dertig jaar duurde. Volgens de voormalige Nederlandse handelsvertegenwoordiger Menno Goedhart, auteur van het boek The real Taiwan and the Dutch, bleven er na de nederlaag in 1662 een aantal Nederlanders in de bergen achter. Vandaar dat een aantal Tsou opvallend Europese trekken vertonen.
Mevrouw Yangui rijdt ons na een veel te kort verblijf met de auto terug naar de grote weg na eerst haar dochter Kuaty bij het districtskantoor te hebben afgezet die daar als databeheerder werkt. De moderne tijd is niet aan de Tsou, net zo min als aan de andere aboriginal groepen, voorbij gegaan. Maar Yangui probeert wel haar eigen cultuur in stand te houden door de Tsou taal en cultuur aan haar stamleden te onderwijzen.
Als we op de bus naar Alishan stappen, lopen we bij de supermarkt het traditioneel geklede stamhoofd van een ander Tsou dorp tegen het lijf. Een mix van traditie en moderniteit is in Taiwan nooit ver weg.

Alishan en de Sea of Clouds
“Sunrise 6.30; train 5.30.” Op het toeristenbureau staat in grote, rode neonletters het voornaamste bestaansrecht voor een bezoek aan Alishan vermeld. Een volgepakt treintje voert naar een 2500 meter hoog uitkijkpunt. Taiwanese toeristen en Chinese groepen van het vasteland verdringen zich na aankomst bij de reling. Zoals overal in Taiwan ook hier slechts een handjevol westerse toeristen. Zonder uitzondering laten die zich positief uit over de Taiwanese bevolking: zo vriendelijk, behulpzaam en eerlijk.
“Where is your group?” vraagt een Chinese reisleidster ons. “Zijn jullie twee alleen? En ook zonder gids? Bij ons in China mogen alleen mensen uit Peking en Shanghai Taiwan individueel bezoeken.”
Voordat de zon opkomt, vertoont de lucht steeds wisselende kleuren. Gelukkig is de vermaarde Sea of Clouds boven de diepe valleien goed te zien. Inderdaad spectaculair. Een lokale gids roept door een megafoon dat dit echt de mooiste zonsopgang ter wereld is. En hij wijst op het belang van natuurbehoud. De Japanners hebben hier flink huisgehouden door de inheemse rode cipressen te kappen voor de productie van theetafels. In het Alishan nationale park zijn nog een aantal van deze eeuwenoude woudreuzen te bewonderen.

Terug in Taipei na een acht dagen durende rondreis. Niet genoeg natuurlijk voor álle hoogtepunten van Taiwan. Maar wel om een goede indruk te krijgen van de uiterst gevarieerde natuur en cultuur die dit eiland, zo groot als Nederland, te bieden heeft. Wie bijvoorbeeld met China Airlines op doorreis is naar Australië of Indonesië, kan hier zonder extra kosten een stop-over maken. En kennis maken met een tot nog toe ten onrechte weinig bekende reisbestemming.

Dit verhaal is geplaatst in samenwerking met East! Magazine, een tijdschrift over Zuidoost-Azië, www.eastmagazine.nl.

Facebook Twitter Google LinkedIn Myspace
 Terug


Reacties

Geen reactie gevonden.


Reactie Toevoegen
Naam : *
E-mail : *
Bericht : *
Beveiligingscode :



Meer informatie: | Adverteren | Disclaimer